Huurgarantiefonds wordt volgend jaar hervormd

Het Huurgarantiefonds (officieel: het Fonds ter bestrijding van uithuiszettingen) zal op 1 juni 2020 ophouden te bestaan, althans in de vorm waarin wij het kennen. Nu nog huurcontracten aansluiten, heeft dus geen enkele zin meer. In de plaats komt er een nieuw systeem, waarin het OCMW een centrale rol speelt. Doel wordt om de rol van de OCMW’s bij het voorkomen van uithuiszettingen verder te ondersteunen en te financieren. 8/11/2019

Het huidige huurgarantiefonds
Kern van het huidige fonds is de vrijwillige aansluiting door de verhuurder. Die betaalt €80 per huurcontract dat wordt aangesloten. Voordeel is dat het huurgarantiefonds vervolgens tussenkomt indien de huurder achterstallen oploopt. Dit ten belope van maximaal €2.700 en maximaal drie maanden huur. Die tussenkomst moet de huurder wat meer tijd geven om de zaken op orde te krijgen en om zo een uithuiszetting te voorkomen.

Probleem is echter dat de procedures die aan het huurgarantiefonds verbonden zijn bijzonder complex en tijdrovend bleken. Dan zwijgen we bovendien nog over het feit dat bizar genoeg er eerst een vonnis van de vrederechter en dus een procedure tot uithuiszetting noodzakelijk is vooraleer een tussenkomst überhaupt mogelijk blijkt. Geen wonder dus dat het aantal aansluitingen ver onder de verwachtingen blijft. Heden zijn er amper iets meer dan 1.000 huurcontracten aangesloten. Sinds 2014 werd er amper een 60-tal keer een tussenkomst uitbetaald. Ongeveer evenveel aanvragen werden geweigerd.

Het huurgarantiefonds in de huidige vorm draait dus vierkant. Daarom was al langer beloofd dat men werk zou maken van een evaluatie en omvorming. Die komt er nu op 1 juni 2020. Daarbij werd beslist dat het huidige systeem niet meer te redden valt. Het zal ophouden te bestaan. Wie zich nu nog wil aansluiten is gewaarschuwd: dat heeft geen enkele zin.

Na de afschaffing op 1 juni 2020 zullen de bij het huurgarantiefonds aangesloten verhuurders hun vergoeding van €80 per huurcontract terugbetaald krijgen. Lopende aanvragen voor een tussenkomst zullen wel nog behandeld worden.

Het nieuwe huurgarantiefonds
In het nieuwe fonds wordt niet meer gewerkt met een individuele aansluiting door huurder en/of verhuurder. De OCMW’s krijgen nu een sleutelrol in handen. Het OCMW komt tussen uit eigen initiatief of na de melding van een situatie van huurachterstal door de huurder, de verhuurder, sociale organisaties, …. Maar de huurder moet wel steeds instemmen met de ondersteuning. Het OCMW kan een huurder niet helpen wanneer deze niet geholpen wil worden. Bovendien moet het gaan om behoeftige huurders, zoals blijkt uit het sociaal onderzoek.

Als het OCMW van oordeel is dat een tussenkomst van het Fonds nuttig is, zal het fonds een financiële tegemoetkoming uitbetalen, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden:

  • op het moment van de aanvraag van een tegemoetkoming heeft de huurder een huurachterstal van ten minste 2 maanden en ten hoogste 6 maanden huur
  • huurder, verhuurder en OCMW ondertekenen een driepartijenovereenkomst waarin de afspraken inzake de aanzuivering van de huurschuld, de begeleiding van de huurder door het OCMW en de sancties bij niet-naleving van de afspraken worden vastgelegd

De verhuurder moet bijgevolg instemmen. Hij zal er zich toe moeten engageren om geen vordering tot uithuiszetting in te dienen bij de vrederechter zolang de overeenkomst wordt gerespecteerd.

De modaliteiten van de tegemoetkoming zijn:

  • Het OCMW zuivert 50% van de huurachterstal (met een maximum van 1.250€) aan via een rechtstreekse betaling aan de verhuurder. Het OCMW beslist op basis van het sociaal onderzoek of deze steun terugvorderbaar wordt gesteld en neemt deze beslissing op in de driepartijenovereenkomst
  • Voor het saldo van de huurachterstal stelt het OCMW in samenspraak met de huurder en verhuurder een voor beiden realistisch afbetalingsplan op
  • De huurder aanvaardt begeleiding door het OCMW en respecteert het afbetalingsplan voor het saldo, te betalen aan de verhuurder
  • De verhuurder engageert zich ertoe geen juridische stappen te zetten zolang het afbetalingsplan correct wordt nageleefd en er geen nieuwe huurschulden ontstaan

Indien het afbetalingsplan niet wordt nageleefd of er nieuwe huurschulden ontstaan, moet de verhuurder dit melden aan het OCMW en geeft hij het OCMW minstens 2 weken tijd om de huurder te contacteren en een gepaste oplossing te zoeken alvorens juridische stappen te zetten.

Dit verhindert niet dat de verhuurder een vordering tot uithuiszetting inleidt bij de vrederechter die gebaseerd is op andere gronden dan de betalingsachterstal (bv. het veroorzaken van burenhinder/overlast, het niet bewonen van de huurwoning als een goed huisvader, verzaken aan zijn herstellingsplicht of vernielingen aanbrengen aan de huurwoning, …).

(Bron: Besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2019 tot instelling van een tegemoetkoming aan het OCMW ter bestrijding van uithuiszettingen (BS 03 05 2019))

U gebruikt een verouderde browser. Upgrade nu naar een moderne browser om ten volle gebruik te kunnen maken van alle functies van onze site: [ X ]